HET GESLACHT
VAN DEN BERGHE VAN WATERVLIET

De
vroegst bekende vertegenwoordigers van dit geslacht stammen uit het
begin van de 14e eeuw. We vinden hen in Vlaanderen als leden van
de lage landadel, met name in Brugge en het Brugse Vrije.
Vlaanderen
bestond in die tijd uit de 'Vier Leden van Vlaanderen', de steden
Brugge, Gent, Ieper en een gebied, dat begrensd werd door de Noordzee
tussen de mondingen van de IJzer en de Schelde, de Schelde tot aan
Biervliet, van Biervliet over Eeklo naar St.Joris ten Distel, van daar
over Lichtervelde, Beveren, Kortemark en Merkem naar de IJzer tot aan
Nieuwpoort: het Brugse Vrije (het Vrije).

slag bij Westrozebeke
In
de 13e en 14e eeuw voerde Vlaanderen regelmatig strijd tegen Frankrijk
(denk bijv. aan de Guldensporenslag in 1302), terwijl ook de steden
onderling nogal eens onenigheid hadden of in andere tijden weer
gezamenlijk optrokken tegen de graaf van Vlaanderen. Zo vond in
1382 de slag bij Westrozebeke plaats op het grondgebied van de
heerlijkheid Watervliet, bezit van het geslacht van den Berghe.
Veel
leden van het geslacht speelden vanaf het begin van de 14e eeuw
gedurende enkele eeuwen een rol van betekenis in het bestuur van Brugge
en het Brugse Vrije.
In 2005 vond Jan Jaap Waverijn, kunstenaar op Texel
en verwoed 'schatzoeker', dit stempel van Tideman van den Berghe.
In de zeer beknopte onvolledige genealogie die hierop volgt, wordt duidelijk wanneer het geslacht is uitgestorven.
De
voor dit onderzoek tot nog toe belangrijkste vertegenwoordiger is
Levinus van den Berghe. Er is niet veel over hem bekend. Hij was
heer van Watervliet en Boitshoucke en stichtte in Gent een onderkomen
voor gebrekkige oude mannen, bestaande uit twaalf woningen. Dit
onderkomen stond bekend als 'De Twaalf Apostelen'. In Gent bestond
nog niet zo lang geleden de Twaal-Apostelenstraat, misschien een verwijzing naar dit
onderkomen.
Levinus
was gehuwd met Elisabeth d'Hondt. Tussen de geslachten 'van den
Berghe' en 'd'Hondt' moet een nauwe band hebben bestaan. De vijf
zilveren ringen in het wapen van het geslacht 'van den Berghe' treffen
we ook aan in dat van het geslacht 'd'Hondt'. Ook de stamvader
van het geslacht 'van den Berghe, genaamd Montanus' (de kleinzoon van
Levinus) zou trouwen met een vrouw uit het geslacht 'd'Hondt'.
Tot
nu toe heb ik jammer genoeg nog geen aansluiting kunnen vinden tussen
Levinus en vroegere vertegenwoordigers uit het geslacht. Voor
meer duidelijkheid zal minstens een uitgebreid onderzoek nodig zijn in
de 'staten van goed' van de steden Brugge en Gent, een onderzoek dat,
tot heden, mijn mogelijkheden te boven gaat.
Levinus
had in elk geval twee zoons, Pieter en Levinus. Zij werden
geboren te Gent. In de tijd van de Reformatie bleef Levinus de
Kerk trouw en hij zou de titel erven van zijn vader. Pieter ging
echter over tot het Protestantisme en zou, door maatregelen van
de hertog van Parma, die in de beginjaren van de Opstand (Tachtigjarige
Oorlog) Gent veroverde, gedwongen worden te vertrekken. Hij ging
met zijn gezin naar Engeland, waar er voor hem wel godsdienstvrijheid
heerste, en daar zou, door het huwelijk van zijn zoon Pieter, een nieuw
geslacht ontstaan: 'van den Berghe, genaamd Montanus'.
