HET GESLACHT
MONTANUS

oud-katholieke kerk delft
interieur oud-katholieke kerk te Delft

In Leiden werd in 1767 Fredericus Montanus geboren als zoon van Jacoba Wagemaker.  Hij werd gedoopt in de Oud-katholieke kerk aan het Bagijnhof te Delft op 8-7-1767 in tegenwoordigheid van Jacoba en haar moeder.  Bij de doopinschrijving werd hij vermeld als onwettig kind met als vader Fredericus Montanus.
Hij werd de stamvader van het Leidse geslacht 'Montanus'.

Ik ga er van uit, dat de genoemde vader de Fredericus is, die hiervoor werd beschreven.  De volgende feiten wijzen in die richting:

- Fredericus maakte versneld zijn studie af.

- Hij verdween zo snel mogelijk naar Oost-Indië, wat zeker niet vooraf in de bedoeling heeft gelegen, gezien de geschiedenis van   zijn geslacht.

- Het kind Fredericus werd gedoopt in Delft, terwijl er in Leiden een bloeiende oud-katholieke parochie was; zijn geboorte 
  moest  klaarblijkelijk worden stilgehouden.  

- Jacoba Wagemaker ging door het leven als de weduwe van Fredericus Montanus, zo blijkt uit haar akte van overlijden.

- Een eeuw later deed er nog in een tak van het Leidse geslacht een verhaal de ronde over een brief uit Indië, geschreven aan
  een arm meisje in de familie.  De brief zou toen uit boosheid in het vuur zijn geworpen.  Men heeft toen zelfs een halslachtige
  poging ondernomen on in Indië onderzoek te laten verrichten, een poging die op niets is uitgelopen.

Omstreeks 1798 treffen we Fredericus met zijn moeder en grootvader aan in de poort 'Het Klooster', een groepje van drie woningen in een smalle doorgang tussen de Middelstegracht en de Hooigracht, eigendom van de Oud-katholieke parochie.
Leiden bezat veel poorten.  Een poort was een smalle doorgang tussen twee panden, die toegang verleende tot een min of meer groot binnenterrein, bebouwd met arbeiderswoningen.  Zij waren ontstaan door gebrek aan bouwgrond tussen de singels van de stad.  Eigenaren van open binnenterreinen en tuinen kregen de gelegenheid deze te verkopen.  Er werden onder één dak zoveel mogelijk éénkamerwoningen gebouwd.  Er was een gemeenschappelijk privaat en een open goot voor de afvoer van vuil water naar de grachten en een gemeenschappelijke put of waterton.  De woningen waren zeer vochtig door gebrek aan lucht en licht, er was onvoldoende ventilatie, de hele situatie vormde een bron voor allerlei ziekten.  Er werd voor de woningen een lage huur betaald en er werd weinig onderhoud gepleegd.  Door slechte bouw en de mentaliteit van de bewoners raakten ze snel in verval.  In mijn jeugd eind veertiger jaren van de vorige eeuw, bestond de poort 'Het Klooster' nog.

hooigracht
Foto links: links van het huis uiterst rechts de in(uit)gang
van de poort 'Het Klooster'.
Foto rechts: de Zwartehandspoort aan de Middelstegracht,
sterk gelijkend op de poort 'Het Klooster'.

Fredericus verdiende zijn brood als kleermaker(sknecht).  Na zijn huwelijk met Catharina Blom. dochter van een adcocaat (??!!) woonde hij aan de Oude Vest, nogmaals in 'het Klooster' en uiteindelijk aan de Geeregracht, waar hij op 5 deceber 1812 overleed.



homeknop